Wijzigingen Prinsjesdag 2022
26 september 2022 
in Nieuws
2 min. leestijd

Wijzigingen Prinsjesdag 2022

Aanpak krapte op de arbeidsmarkt
1. In 2023 ligt de AOW-leeftijd op 66 jaar en 10 maanden en vloeit voort uit de Wet temporisering stijging AOW-leeftijd waarin de AOW-leeftijd vanaf 2020 tot en met 2024 is vastgelegd. Met de Wet verandering koppeling AOW-leeftijd is geregeld dat de stijging van de AOW- en pensioenricht-leeftijd met ingang van 2025 voor 2/3 gekoppeld wordt aan de stijging van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 is de AOW-leeftijd vastgesteld op 67 jaar.

2. Wijziging loondoorbetaling na AOW-leeftijd: De voorgestelde wijziging houdt in dat voor de groep werknemers met de AOW-gerechtigde leeftijd die op het vast te stellen tijdstip al ziek waren de termijn van dertien weken blijft gelden voor het recht op ziekengeld, loondoorbetaling bij ziekte en het opzegverbod bij ziekte. Voor ziektegevallen die op of na die datum ontstaan, gaat de termijn van zes weken gelden (eerbiedigende werking). Als twee ziekteperioden elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, wordt dit gezien als één ziekteperiode.

Fiscale highlights 
1. Het kabinet versnelt en vergroot de voorgenomen verhoging van het minimumloon, zodat het op 1 januari 2023 stijgt met 10,15%. Daarnaast omarmt het kabinet het initiatiefwetsvoorstel voor een wettelijk minimumuurloon op basis van een 36-urige werkweek. Hierdoor verdient elke minimumloonverdiener straks hetzelfde uurloon, waar het feitelijke uurloon nu nog afhankelijk is van de lengte van de werkweek. 

2. Het voorstel is om de gerichte vrijstelling voor reiskostenvergoedingen met ingang van 1 januari 2023 te verhogen van €0,19 naar €0,21 per kilometer. De reden van de stijging zijn de gestegen kosten voor openbaar vervoer en brandstofkosten. 

3. De thuiswerkvergoeding zal hoogstwaarschijnlijk stijgen van €2,- naar €2,13 in 2023.

4. Het kabinet wil de 30%-regeling ‘aftoppen’, zo staat in het Belastingplan 2023. Met ingang van 1 januari 2024 is de 30%-regeling nog uitsluitend fiscaal gericht vrijgesteld als die niet meer bedraagt dan 30% van de Balkenendenorm. Die norm bedraagt voor 2022 € 216.000 zodat de maximale gerichte vrijstelling € 64.800 gaat bedragen. De voorgestelde aftopping heeft geen gevolgen voor het eventueel naast de 30%-regeling te vergoeden internationale schoolgelden. Er wordt een overgangsregeling van twee jaar voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast. Voor deze werknemers geldt dat de aftopping van de 30%-regeling pas toepassing vindt vanaf 1 januari 2026.

5. De doelmatigheidsmarge voor het gebruikelijk loon zal verdwijnen. Bij het vaststellen van de hoogte van het gebruikelijk loon kan de aanmerkelijk-belanghouder de meest vergelijkbare dienstbetrekking gebruiken. Bij de vergelijking met de meest vergelijkbare dienstbetrekking kan het loon van de belastingplichtige op minimaal 75% hiervan worden vastgesteld in 2022. Het verschil van 25% wordt de ‘doelmatigheidsmarge’ genoemd. Met de afschaffing van de doelmatigheidsmarge zal de aanmerkelijk belanghouder, die  werkzaamheden voor het lichaam verricht, meer belasting in box 1 moeten gaan betalen. 

6. De grens van de eerste schijf van de tabel (tarieftabel) zal met ingang van 1 januari 2023 stijgen van € 35.472 naar € 37.149, terwijl het loonbelasting tarief zal dalen van 9,42% naar 9,28%. De grens van de tweede schijf zal worden verhoogd van € 69.398 naar € 73.031 bij een gelijk-blijvend tarief van 49,5%.

Bij vragen kun je altijd contact met ons opnemen!


Over de schrijver
Reactie plaatsen