Tweede uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2022
20 december 2021 
8 min. leestijd

Tweede uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2022

De Belastingdienst presenteert de tweede uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2022. Bekijk de belangrijkste punten voor HR.

  • Wetsvoorstel aanpassingen afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O); 
  • Wetsvoorstel wijziging bijtelling auto van de zaak zonder CO2-uitstoot; 
  • Wetsvoorstel verlengen geldigheidsduur gebruikelijkloonregeling voor innovatieve start-ups met een jaar; 
  • Wetsvoorstel gerichte vrijstelling thuiswerkkosten; 
  • AOW-leeftijd in 2022.

Wetsvoorstel aanpassingen afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk 

Het kabinet wil de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk vanaf 2022 duidelijke en makkelijker en stelt de volgende wijzigingen in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) voor: 

  • Tijdvakken van afgegeven S&O-verklaringen mogen elkaar overlappen

Per 1 januari 2022 geldt dat je ook een nieuwe S&O-aanvraag in kunt dienen, die betrekking heeft op een periode die al (deels) betrokken is in een eerdere S&O-verklaring. Je kan dus als je een idee heeft voor een nieuw S&O-project direct een aanvraag doen met de eerste dag van de eerstvolgende maand als startdatum. Volgens de huidige regels kunnen nieuwe projecten pas worden aangevraagd voor een periode die start als de periode van de eerdere S&O-verklaring is verstreken. Met deze mogelijkheid tot overlappende S&O-verklaringen ben je flexibeler. Wel blijft het maximum van 4 aanvragen per kalenderjaar gelden. De perioden moeten minimaal 3 en mogen maximaal 12 kalendermaanden beslaan. 

  • Mededeling eenvoudiger

De mededeling die je aan het eind van het jaar aan RVO doorgeeft wordt eenvoudiger, omdat je geen onderscheid meer hoeft te maken tussen uren, kosten en uitgaven die betrekking hebben op de verschillende S&O-verklaringen. Je kan voortaan voor de uren, kosten en uitgaven één jaartotaal aangegeven. Alle uren, kosten en uitgaven, die na de aanvraag daadwerkelijk gemaakt zijn kan je meenemen zolang ze het totaal van de aangevraagde uren, kosten en uitgaven dat in de verschillende S&O-verklaringen is toegekend, niet overschrijden. Daarbij blijft gelden dat alleen uren, kosten en uitgaven in aanmerking mogen worden genomen die zijn gerealiseerd nadat deze zijn aangevraagd. Het moet immers om voorgenomen S&O-werk gaan.

  • Zelf bepalen welk deel van de S&O-afdrachtvermindering je in mindering brengt. 

Je kan voor elk aangiftetijdvak waarop een S&O-verklaring betrekking heeft, een door jezelf te bepalen deel van het aan je toegekende bedrag aan S&O-afdrachtvermindering in mindering brengen. 

Wetsvoorstel wijziging bijtelling auto van de zaak zonder CO2-uitstoot 

Voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt een korting op het bijtellingtarief van 22%. Het kabinet stelt voor om de korting op de bijtelling vanaf 1 januari 2022 te verlagen me 6%. De bijtelling is dan 16%. Ook is voorgestelde het maximale deel van de cataloguswaarde waarop de korting van toepassing (cap) te verlagen van € 40.000 naar € 35.000. Door deze wijzigingen bedraagt de korting voor de auto van de zaak zonder CO2-uitstoot in 2022 maximaal € 2.100. Misschien wordt in 2023 de cap verder verlaagd tot € 30.000. De cap geldt niet voor waterstofauto’s en auto’s met geïntegreerde zonnepanelen.

Wetsvoorstel verlengen geldigheidsduur gebruikelijkloonregeling voor innovatieve start-ups met één jaar 

Het belastbare loon van aanmerkelijkbelanghouders die werken voor innovatieve start-ups mag voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling worden vastgesteld op het wettelijk minimumloon. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, tenzij de regeling voor die datum positief wordt geëvalueerd. Het kabinet stelt voor om de vervaldatum van de regeling eenmalig met een jaar op te schuiven naar 1 januari 2023 omdat de evaluatie nog niet is afgerond.

Wetsvoorstel gerichte vrijstelling thuiswerkkosten

Het kabinet stelt een gerichte vrijstelling voor die het mogelijk maakt een onbelaste vergoeding te geven voor de extra kosten die een werknemer maakt door het thuiswerken. Deze gerichte vrijstelling komt naast de al bestaande gerichte vrijstellingen voor het onbelast vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van, onder andere, noodzakelijke gereedschappen, ICT-middelen en arbovoorzieningen. De gerichte vrijstelling bedraagt € 2 per thuisgewerkte dag. Dit bedrag is bedoeld voor de extra kosten voor water- en elektriciteitsgebruik, verwarming, koffie, thee en toiletpapier en is gebaseerd op onderzoek verricht door het Nibud. Je kan de vrijstelling ook toepassen als een werknemer slechts een deel van de dag thuiswerkt

Voor deze gerichte vrijstelling geldt de 128-dagenregeling. Dit wil zeggen dat in geval jouw werknemer 128 dagen thuiswerkt, je jouw werknemer een vaste onbelaste vergoeding voor thuiswerkkosten mag geven alsof de werknemer 214 dagen per kalenderjaar thuis werkt.

Je mag voor eenzelfde werkdag niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een vergoeding van thuiswerkkosten en de vrijstelling voor een vergoeding van reiskosten voor het woon-werkverkeer naar de vaste werkplek toepassen. Dit is wel mogelijk als de werknemer op een dag deels thuiswerkt en een zakelijke reis niet zijnde woon-werkverkeer (dienstreis) maakt. Van een vaste plaats van werkzaamheden is in ieder geval sprake als een werknemer op kalenderjaarbasis meer dan 40 dagen naar de betreffende plek reist, ongeacht de datum van indiensttreding, het aantal contracturen en de lengte van het verblijf. Er kan sprake zijn van meerdere vaste werkplekken.

De tussen jou en jouw werknemer gemaakt afspraken over het aantal thuiswerkdagen kunnen de basis vormen voor de vaststelling van de door je onbelast te vergoeden kosten voor zowel de reizen voor woon-werkverkeer als het thuiswerken door de werknemer. Een incidentele afwijking hiervan hoeft niet te leiden tot een aanpassing van de vergoeding.

Voorbeeld 1 : Anton werkt 5 dagen per week. Hij werkt 2 dagen thuis en gaat 3 dagen naar kantoor (enkele reisafstand 20 km.) Reiskostenvergoeding per maand: 3/5e x 214 dagen = 129 dagen; 129 dagen x (40 km. x € 0,19) /12 = € 82 (afgerond) Thuiswerkkostenvergoeding per maand: 2/5e x 214 dagen = 86 dagen; (86 dagen x € 2) / 12 = € 14 (afgerond)

Voorbeeld 2 : Bouchra werkt 4 dagen per week. Zij werkt 2 dagen thuis en 2 dagen op kantoor (enkele reisafstand 12 km.) Reiskostenvergoeding per maand: 2/5e x 214 dagen = 86 dagen; 86 dagen x (24 km. X € 0,19) / 12 = € 33 Thuiswerkkostenvergoeding per maand: 2/5e x 214 dagen = 86 dagen; (86 dagen x € 2) / 12 = € 14

AOW-leeftijd in 2022 

In 2022 wordt de AOW-leeftijd met 3 maanden verhoogd naar 66 jaar en 7 maanden.

Voor vragen neem gerust contact op met onze adviseurs via:

  • 072 531 54 64
  • Info@tophrdesk.nl


Bronnen: belastingdienst, XpertHR

Over de schrijver
Mede-eigenaar en oprichter van TOP HR desk
Reactie plaatsen