arrow_drop_up arrow_drop_down
15 januari 2020 

Hoe werkt de compensatieregeling voor slapende dienstverbanden?

Op 1 april 2020 treedt de Compensatieregeling transitievergoeding in werking. Dan kan de werkgever een vergoeding krijgen, wanneer hij afscheid neemt van een langdurig (twee jaar) zieke werknemer waaraan hij een transitievergoeding moet betalen. Bij veel werkgevers roept deze regeling vragen op. Hoe werkt de compensatieregeling slapende dienstverbanden?

Wat is de maximale vergoeding die wordt verstrekt? En geldt de Compensatieregeling ook wanneer een werknemer –  conform de recente uitspraak van de Hoge Raad – zelf om beëindiging van zijn slapend dienstverband vraagt? Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) gaat in een Kamerbrief van 13 december 2019 op de vragen in.

Maximum compensatie transitievergoeding

Het bedrag dat het UWV op basis van de Compensatieregeling aan de werkgever zal compenseren, is volgens de minister:

  1. de wettelijk verschuldigde en daadwerkelijk betaalde transitievergoeding, maar niet hoger dan
  2. het bedrag dat is opgebouwd vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst tot het moment dat de werknemer 2 jaar ziek is, maar de compensatie is gemaximeerd op
  3. het tijdens de twee jaar ziekte doorbetaalde loon.

Punt 3 zal volgens de minister echter niet per 1 april 2020 in werking treden. Dit heeft te maken met mogelijke situaties waarin, tijdens de twee jaar ziekte, bepaalde uitkeringen aan de werknemer zijn verstrekt (zoals IVA, WAJONG of no-riskpolis uitkeringen). Deze uitkeringen zorgen ervoor dat de werkgever tijdens de tweejaarstermijn een deel van het ziekengeld vergoed krijgt.

Het maximum genoemd onder punt 3 zou er in die situatie voor zorgen dat de werkgever wel een volledige, ‘normale’ transitievergoeding moet betalen wanneer de zieke werknemer uit dienst gaat, maar de werkgever alleen dat deel gecompenseerd krijgt dat hij zelf daadwerkelijk tijdens de twee jaar ziekte aan de werknemer heeft doorbetaald. Het UWV moet volgens de minister dan ook eerst onderzoeken of en zo ja, hoe bij de berekening van de compensatie rekening moet worden gehouden met dergelijke uitkeringen.

Uitleg uitspraak Hoge Raad inzake slapende dienstverbanden

Vervolgens gaat de minister in op enkele vragen die opgekomen zijn naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad. Kort samengevat beantwoordt hij de vragen als volgt:

a) Ook wanneer de werknemer, conform de uitspraak van de Hoge Raad, om beëindiging van zijn slapend dienstverband verzoekt, moet het UWV de transitievergoeding compenseren

b) Start de beëindigingsprocedure ná 1 januari 2020, dan moet het UWV compenseren op basis van de nieuwe berekeningsregels voor transitievergoedingen uit de Wet arbeidsmarkt in balans. Oók als het einde van de twee jaar ziekte vóór 1 januari 2020 ligt

c) hetgeen onder b) geldt ook voor het geval er geen procedure wordt opgestart, maar werkgever en werknemer met wederzijds goedvinden uit elkaar gaan. Het gaat er dan om of partijen vóór of na 1 januari 2020 tot een overeenstemming zijn gekomen; de daadwerkelijke beëindigingsdatum mag na 1 januari 2020 liggen

d) de Compensatieregeling treedt per 1 april 2020 in werking en het overgangsrecht wordt gehandhaafd.

Beslistermijn UWV oude gevallen

Voor de ‘oude’ compensatie-aanvragen (transitievergoedingen betaald tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020) krijgt het UWV in de Compensatieregeling een beslistermijn van 6 maanden. In zijn brief bepaalt de minister dat deze termijn ook zal gaan gelden voor gevallen waarin het opzegverbod tijdens ziekte is verstreken vóór 1 april 2020, maar de formele beëindiging van de arbeidsovereenkomst en betaling van de transitievergoeding na die datum plaatsvinden. Dit past volgens hem binnen de bedoeling van de wet. De wettelijke regeling zal dan ook in die lijn worden aangepast.

Bron: mr. A.H. Veldink, Advocaat loonschade en arbeidsrecht, www.personeelsnet.nl 14 januari 2020

Over de schrijver
Reactie plaatsen

Cookiebeleid